| Jan Zwart..., maar dan anders |

Over de organist en componist Jan Zwart
(20 augustus 1877 - 13 juli 1937) is slechts één boek verschenen,
getiteld "Jan Zwart een profeet op de orgelbank" (juli 1957, auteurs A.J. Kret en
F. Asma). Het boek is in eerste aanleg interessant en geeft een aardig beeld van
Jan Zwart. De kwaliteit van deze publicatie laat echter ook te wensen over.
Appendix A is aangevuld met de CD-box "Jan Zwart Orgelwerken I"
Appendix A is aangevuld met de volledige tekst bij artikelserie 82 uit De Reformatie 1936
Enkele artikelen uit De Standaard
Artikelen uit diverse nummers van Het Orgelistenblad
"Causerieën" uit diverse nummers van de Omroepgids
Artikelen uit diverse nummers van Christelijk Zangersblad
Artikel "Orgelhistorische Wirwar", uit De Reformatie
Artikelen "Muzikale Kroniek", uit De Reformatie 1935
Ingezonden brieven van Jan Zwart, De Reformatie, 1934
Ingezonden/open brieven over De Waarde van onze Uitgave der Werken van Jan Pietersz. Sweelinck
Artikelen uit diverse kranten rond Jan Zwart's overlijden
"Herinneringen (van een organist)", artikelen van Feike Asma
Artikel van K. Deddens uit Koers: Jan Zwart - organist-componist en orgelhistoricus
Artikel van Feike Asma, met o.a. registraties van Jan Zwart
Artikel van P. van Campen uit De Spiegel: Jan Zwart - begenadigd orgelmusicus
Artikel uit de NCRV-gids uit 1957: Jan Zwart-herdenking; voor onze microfoon
Artikel van dr. W. Mudde uit Organist en Eredienst: Jan Zwart in het perspectief van zijn tijd
Artikel uit het Geref. Gezinsblad 1957: Jan Zwart (1877-1937)
Artikel uit Het Orgel 1978: Een andere Jan Zwart-herdenking
Artikel uit Het Orgel 1977: Jan Zwart, leven en werken
Artikel uit Musica Sacra 1962: Jan Zwart en zijn levenswerk
Artikel uit Het Orgel 1959: Jan Zwart speelde voor u....
Artikel "The Modern Organ Music of the Netherlands", Eric C. Hemery, 1938/39
Artikel "Cantus-firmus-Singen", G.A. Bunjes, 1937
Artikelen over Jan Zwart, De Reformatie, 1933
Artikel "Jan Zwart en tijdgenoten", Dr. E. Kooiman, 1977
Artikel "Het vertekende beeld van Jan Zwart", Jaap Zwart jr, Trouw 1982
Artikel "Een boek over Jan Zwart", Jan Matter, Het Orgel 1957
volledige tekst van het artikel "In Memoriam Jan Zwart", radiotoespraak van prof. K. Schilder, 1947
"De kleuren van Jan Zwart", verslag van de studiedag op 20 september 2004 in Zwolle
Biografische schets Jan Zwart
De belangrijkste bron voor deze schets is het artikel van Jan Zwart jr. in "Profeet op de orgelbank".
De klok stilgezet?
Lange tijd is Jan Zwart vooral naar buiten gebracht als orgelpopularisator.
Op zichzelf genomen werkte Zwart enorm aan de populariteit van het orgel, maar wel met zeer
brede horizon, waardoor hij zich ook inzette voor zijn tijdgenoten. Dat element is dikwijls
over het hoofd gezien, en is helaas bij leerlingen zoals Feike Asma en bijvoorbeeld zoon Willem
Hendrik verloren gegaan: ze speelden
niet of nauwelijks Messiaen, Distler, laat staan nog hedendaagser orgelcomponisten (zoals
Jan Welmers, Petr Eben, Jean Langlais).
Volgende generaties
Wat de zonen van Jan Zwart betreft, telkens weer wordt in een
biografie van bijvoorbeeld Willem Hendrik Zwart (o.a. op zijn CD's) genoemd dat hij een
zoon van Jan Zwart was. In het geval van Willem Hendrik kan de betekenis daarvan niet
heel groot zijn, want hij was pas 12 jaar oud toen zijn vader overleed. De vraag is dus
in hoeverre iemand zich dan later in artistieke zin bewust is van die erfenis, en of
iemand zich dan later echt het spel van Jan Zwart kan herinneren.
Doorontwikkeling
Bij Zwarts leerlingen is namelijk ook een groep geweest die zich na hun periode bij Jan Zwart
wèl hebben doorontwikkeld: bijvoorbeeld Cor Kee en Willem Mudde.![]() |
Jan Zwart bij de speeltafel van de "Kloof" te Amsterdam. Deze foto is genomen na zijn 100e orgelconcert, gegeven voor de NCRV op 15 december 1931. |
Oude muziek
Deze tekst is onder andere gebaseerd op een artikel van dr. Frits Zwart zoals opgenomen in het door hem
geredigeerde programmaboek van de "Nationale Jan Zwart-herdenking 1987".|
"Van deze gelegenheid moeten wij even gebruik maken om ... op te merken hoe in dit
Rotterdamsch voorbeeld voor ons altijd gelegen heeft de drang naar een specifieke
protestantsche koraalkunst, doordrongen van het eigen, inheemsche gemeentelied. Een
koraalkunst die niet afgedwongen behoeft te worden door liturgische noodzaak - die er
trouwens ook niet is of ooit zal komen - maar geheel vrij, uit zichzelf opbloeit rond
onze protestantsche muziekdienst van alle Zondagen en die zich kan uiten, zooals ook
in de practijk van de Lange's dagen, permanent of van tijd tot tijd in onze publieke
orgelvoordrachten. Hoe dat leven bij het Koraal, speciaal in Rotterdam, haast tot ideaal wordt spreekt wel sterk in een verschijning, die thans in onze bespeling aan de beurt is n.l. J. B. Litzau, de Lutherse Kerkorgelist, wiens volledige verzameling orgelwerken door A.W. Gottschalg uitgegeven, voor ons ligt. Al moeten wij er bij zeggen dat nagenoeg het geheele materiaal aan zangwijzen door hem ontleend werd aan, bij ons totaal onbekende kerkliederen, wat geweldig jammer is en waarschijnlijk een reden dat deze meesterstukken in hun soort, voor Nederland zoo goed als dood zijn blijven liggen. Want hoe knap ook de Sonaten zijn waarvan wij de 2e ditmaal op verzoek spelen, met alle respect voor de kennis en kunde van Litzau, halen ze toch niet bij het overgroote deel der Koraal-variaties, paraphrasen, canons en fuga's - de sterkste zijde van dezen Nederlandschen orgelmeester..." |
Nieuwe muziek - Zwarts tijdgenoten
Deze tekst is gebaseerd op een artikel van dr. Gert Oost zoals opgenomen in het door dr. Frits Zwart
geredigeerde programmaboek van de "Nationale Jan Zwart-herdenking 1987".
Cantor
Deze tekst is gebaseerd op een artikel van dr. Frits Zwart zoals opgenomen in het door hem
geredigeerde programmaboek van de "Nationale Jan Zwart-herdenking 1987".
Intellectueel
Ook de artikelen van Jan Zwart op muziekhistorisch gebied over
Sweelinck en orgelbouw zijn vandaag de dag vrijwel vergeten. Het lijkt wel of men niet
geconfronteerd wil worden met Jan Zwart als intellectueel, wat hij ten zeerste was.
In feite is Zwart genegeerd door de muziekwetenschap. Maar je kunt wel stellen dat Jan Zwart
een musicoloog avant la lettre was.
Interview
Op maandag 7 juli 1930 werd het volgende interview gehouden met Jan Zwart door een
medewerker van de VARA. Aanleiding voor het interview was Zwarts 75e radio-orgelconcert.
Het interview is ontleend aan de Radiogids van de VARA, 4e jaargang no. 37 van juli 1930.
Enkele fragmenten zijn toegevoegd uit andere interviews.
|
Zwart: Het was in 1914, even na het uitbreken van den wereldoorlog, dat ik
eigenlijk met die orgelbespelingen begonnen ben. Er was bij ons een dominé die
op de gedachte kwam: "laten we de kerk eens voor het volk openzetten, net als dat in
Duitschland en Amerika gebeurt en laat dan het orgel eens een uurtje spelen. Dat geeft
wellicht eenige gewenschte ontspanning in dezen mobilisatietijd". Toen ging ik op een
Donderdagmiddag "ad libitum" wat orgel spelen. Een programma had ik niet en er waren
misschien 5 of 6 menschen in de kerk! De belangstelling groeide evenwel en na verloop
van een paar maanden gaf ik een programma. Ik speelde dan een uur vol. Na afloop vroeg
men mij dan wel eens een en ander en zoo ontstond er een orgelconcerten-publiek, dat ik
in een serie van 200 concerten deed kennismaken met de geheele orgelliteratuur. Ik had
leeren verstaan, dat de hoofdstad verre achter was bij Rotterdam, waar De Vries heele
speelprogramma's lanceerde. De concerten, die eerst des Woensdagsmiddags van 3 tot 4 uur
werden gegeven, werden later pas des avonds gesteld. Toen was er weldra geen plaatsje
in de kerk meer onbezet. Dat was in 1919. En dat is nu zoo gebleven tot op den dag van heden. Ik heb blijkbaar belangstelling weten te wekken voor de grootsche orgelliteratuur, want ik speelde niet alleen de gangbare werken, maar ook b.v. het volledig oeuvre van Guilmant en Widor, om er maar eens twee te noemen. Dat was voor velen een openbaring, want we kunnen gerust zeggen, dat in 1919 Amsterdam de rijke orgelliteratuur in haar geheel niet kende. Ik heb de geheele Fransche school, de Duitsche moderne orgelschool en de Engelsche literatuur doorgenomen, met het gevolg, dat er in Amsterdam een publiek kwam, dat alléén om der wille van het orgelspel kwam luisteren. Dat was voor mij een groote voldoening, want zoo groeide in mij het voornemen om het Kerkorgel weer populair te maken, zooals het dat vroeger ook geweest is. Daarom heb ik ook geen concerten "met solisten" willen geven. Men heeft in ons vak veelal den koning der instrumenten tot 't knechtje van andere speeltuigen gemaakt, en dat heb ik nooit gedaan. Mijn orgelspel is altijd om der wille van 't orgel-zelf geweest: om het publiek zijn majesteitelijke schoonheid te leeren kennen en belangstelling op te wekken voor de zeer uitgebreide, voor een groot deel weinig uitgevoerde, orgelliteratuur. Ik heb nooit met solisten saamgewerkt, om zoodoende mijn instrument naar 't tweede plan te verdringen, maar heb belangstellenden gelegenheid geboden, zich een gedegen indruk te vormen van wat het orgelspel-op-zich te geven vermag. |
|
Zwart: Neen. Ik wilde door het geheele land het orgel populair maken. Ik ging
naar verschillende kerkvoogdijen toe en zei: zet de kerk maar open, dan zal ik spelen.
Men geloofde er aanvankelijk niet erg in, doch in Alkmaar, Deventer, Zutphen en vele
andere plaatsen heb ik aldus een orgelconcerten-publiek gevormd, waar men versteld van
stond. Zoo heb ik na 1919 de orgelmuziek uitgedragen tot het publiek. |
| Zwart: Bleek een enorm hulpmiddel in mijn streven om het orgel meer populair te maken. In het orgaan van den Chr. Radio-Omroep heb ik een aparte correspondentie-rubriek met belangstellenden. Ik ben de eerste organist geweest, die voor de radio heeft gespeeld en doordat mijn orgel zoo buitengewoon goed klonk, juist door de microfoon, heeft de Chr. Omroep mij geëngageerd voor wekelijksche orgelbespelingen op Maandagmiddag. Maandagmiddag 7 Juli gaat de 75e! Dat is dus bijna in anderhalf jaar tijd. Ik speel veel meer concerten in zoo'n periode: zeker 150, want ik speel gemiddeld 100 concerten per jaar. |
| Zwart: Wanneer men een geestelijk lied of een koraal als thema geeft en men gaat daarop varieeren, dan heeft het publiek iets, waaraan het houvast heeft. Her herkent het thema en daardoor wordt het ingeleid in het groote en gecompliceerde klankbeeld van de orgelmuziek. Ik geef er meestal op m'n programma's zooiets bij. U weet, dat Sweelinck beroemd was om z'n fantasieën op koralen. |
|
Zwart: Zeker niet. Ook werk van onze Nederlandsche componisten dient gespeeld te
worden. Sweelinck in de eerste plaats en bijvoorbeeld de mijns inziens nog genialere
Van Noort. Op een van mijn laatste concerten introduceerde ik nog de Passacaglia
en fuga van George Stam; een fijn werk, wat vreemd misschien, maar het is onze plicht
onzen hoorders deze werken te brengen. We kennen het violistenrépertoire op ons
duimpje, zoo zal het in de toekomst ook moeten met het orgelrépertoire. Ik ben behalve uitvoerend musicus, ook een liefhebber van historische en daarmede verband houdende archiefstudie. Ik hoop als mijn levenswerk achter te laten een groot boek over Jan Pietersz. Sweelinck. Ik wil hem, den stichter der Nederlandsche organistenschool van het begin der 17e eeuw, schetsen, zooals tijdgenooten die met hem omgingen, hem hebben gekend. Daar ben ik reeds lang mee bezig en ik ondervind allerlei hulp daarbij. Hoe kwam het bijvoorbeeld, dat Sweelinck 16 leerlingen uit Duitschland had? Waarschijnlijk is Frescobaldi óók bij Sweelinck geweest. En weet u, wat voor mij nu een buitengewoon belangrijk ding is? Sweelinck is slechts de groote orgelcomponist van Nederland kunnen worden, omdat in zijn tijd het publieke orgelspel nog bestond. En dáár moet het wéér heen. Een organist was vroeger in dienst van de stad; hij werd goed betaald en speelde veel voor het publiek. In Haarlem heeft men daar nog een overblijfsel van. Nu viert in het organistendom het dilettantisme (de goede vaklieden niet te na gesproken) hoogtij. Dat is geen wonder. Want wat heeft een organist eigenlijk te doen? Des Zondags dienst en nog een paar dingen als trouwplechtigheden, enz. Het is dus geen wonder dat de salarissen ook laag zijn. Maar de vroegere stads-organisten beheerschten het geheele muziekleven van hun stad. Dat houd ik mijn leerlingen ook altijd voor: werkt er voor, zooals ik dat doe, om het orgel weer populair te maken, dan komt ook het organistenberoep wat meer tot z'n recht. Het vroegere organistschap was voor alle dagen, niet voor den Zondag alleen en dáárdoor kon Sweelinck een geheel nieuwen orgelstijl scheppen. Het moet er naar toe, dat de kerken opengesteld worden voor het publiek, kosteloos en dat er dan op bepaalde uren op het orgel gespeeld zal worden. |
|
Zwart: In Rotterdam ontving ik mijn eerste onderricht: als leerling van
G.B. van Krieken en Hendrik de Vries. Aanvankelijk was ik, naast
mijn muziekstudie, op 't kantoor bij m'n vader. Maar de liefde voor't orgel was sterker
dan die voor pen en papier: ik liep herhaaldelijk weg en zat meer in de kerk dan op den
bureaustoel. Zoo kreeg ik, zestien jaar oud, mijn vaste aanstelling als organist van de
Geref. Kerk aan de Westzeedijk te Rotterdam. Die heette toen nog de zoogenaamde stal van
Hoboken. Hoe klein mijn emplooi ook was - ik speelde op een harmonium met twee
klavieren en pedaal -, toch droomde ik al van een groote kerk, al besefte ik, dat dit
verre toekomstmuziek zou zijn. Later is de groote mooie Westzeedijkkerk er voor in de
plaats gekomen, doch dat orgel heb ik nooit als orgelist het mijne mogen noemen. Wel
acht ik mij gelukkig later, toen Besselaar naar de St. Laurenskerk verhuisde, als zijn
opvolger aangezocht te zijn. Toen de nieuwe kerk gebouwd werd, was ik echter reeds lang
weg. In 1893 was ik in Rotterdam begonnen, maar in 1896 vertrok ik naar de Ned. Herv.
Kerk te Capelle a.d. IJssel, onder den rook van Rotterdam. Daar bleef ik twee
jaar, want in 1898 kwam er een vacature in de kerk, welke ik nu reeds 32 jaar als
orgelist dien. Ik heb een vergelijkend examen moeten doen voor deze plaats. Examinatoren waren G.A. Heinze, A. Pomper en Immig. Ik deed gelijk examen met Rijp van de Nieuwe Kerk, Bos van de Domkerk te Utrecht en C. de Wolf van Arnhem, thans leeraar aan het Conservatorium te Amsterdam. |
| Zwart: Ja, het is een van de echte oude orgels; het stamt van 1795. Bij m'n 25-jarig jubileum is er een "Fernwerk" aan toegevoegd. Maar dat heeft het kernachtige klankgehalte van het orgel onaangetast gelaten. Het is alléén noodig voor het uitvoeren van moderne orgelmuziek. Het bleek nu, dat deze kernachtige klank, prachtig door de radio over wordt gebracht. In Februari 1929 heeft de Chr. Radio-Omroep mij vast aan zich verbonden. |
| Zwart: Het harmonium heeft zich moeten vergenoegen met een mindere plaats, doch in de Christelijke gezinnen zal het toch altijd een bijzondere positie blijven innemen. In harmoniumspel als kunstvakspel geloof ik echter niet, wel is het er om de belangstelling voor het kerkorgel te kweeken; in een richting, zooals Karg-Elert die voorstaat, zie ik geen heil. |
Bronnenmateriaal
De composities/manuscripten van veel belangrijke Nederlandse
componisten zijn voor musicologen te raadplegen voor onderzoek.
Het bronnenmateriaal over Jan Zwart is nog niet ter beschikking voor musicologen.
Veel materiaal is wel verzameld maar er is ongetwijfeld ook nog veel materiaal in privé-bezit.
Vrijbrief
Een ander gevolg van het niet beschikbaar zijn van Jan Zwarts
originelen is, dat moeilijk is na te gaan hoe authentiek de na zijn dood uitgegeven
werken zijn. Als voorbeeld: een wel door Jan Zwart zelf uitgegeven werk is "De Vaste Burcht".
Evenals dit bij andere koraalfantasieen uit die
periode het geval is (bijvoorbeeld Reger, en in Nederland De Wolf),
wordt deze koraalfantasie niet afgesloten door een harmonisatie van de
koraalmelodie.
"Vaste Burcht" van Cor Kint |
Desondanks is een koraalfantasie met een slotharmonisatie
natuurlijk geen compositorische onmogelijkheid; zo componeerde een
collega van Jan Zwart, Cor Kint, eveneens een koraalfantasie over "Een
Vaste Burcht". Deze groots opgezette fantasie, welke geheel is
doorgecomponeerd, sluit nauw aan bij de koraalfantasieën van Reger. Het
werk sluit af met een fuga met als thema de kop van de eerste
koraalregel. Deze fuga wordt op zijn beurt afgesloten met een grootse
koraalharmonisatie met een doorgaande achtstenbeweging in het pedaal.
Jan Zwart kende en waardeerde deze koraalfantasie en wijdde er het
volgende puntdichtje aan: Cor Kint, had je vader dit geweten, hij had je geen Cor Kint, maar Cor Kerel geheten. Dat Jan Zwart bij zijn eigen Fantasie, volgens de overlevering, in het laatste jaar van zijn leven meer en meer de slotvariatie verving door een koraalharmonisatie, mag geen aanleiding zijn om een zelfgevonden harmonisatie aan een compositie van Jan Zwart toe te voegen; temeer daar over de omstandigheden, waaronder Jan Zwart deze verandering doorvoerde, nog allerminst duidelijkheid bestaat. |
| "De Fantasie "Vaste Burg" is zo ingericht, dat men haar geheel of gedeeltelijk kan gebruiken, naar 't uitkomt, zelfs maakt het niets uit of men een der variaties wil weglaten of onderling zoals de 1e met de 2e wil omwisselen." |
Orgelkunde
Jan Zwart heeft zijn leven lang een bijzonder grote interesse
gehad voor het mechanische historische orgel. Over het oude Nederlandse orgelbezit
publiceerde hij veel en uitvoerig in tal van bladen. Mede daardoor, en door de grote
kennis van zaken die hij daarbij toonde, geldt hij zonder meer als een van de grondleggers
van de orgelkunde. Vele uren bracht hij door in de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek
om naspeuringen te doen naar gegevens over de orgelhistorie van Nederland.| Hoofdwerk | Rugwerk | Bovenwerk | Pedaal | Speelhulpen |
| Prestant 16 vt | Quintadena 16 vt | Prestant 8 vt | Prestant 16 vt | drie Tremulanten |
| Bourdon 16 vt | Prestant 8 vt | Roerfluit 8 vt | Octaaf 8 vt | koppeling HW-BW |
| Prestant 8 vt | Flûte douce 8 vt | Quintadena 8 vt | Octaaf 4 vt | koppeling HW-RW |
| Holpijp 8 vt | Octaaf 4 vt | Gamba 8 vt | Roerquint 5 1/3 vt | koppeling Pedaal-HW |
| Octaaf 4 vt | Gedekte fluit 4 vt | Octaaf 4 vt | Mixtuur 3 st | vier afsluitingen |
| Speelfluit 4 vt | Gedekte quint 3 vt | Fluit 4 vt | Subbas 16 vt | |
| Quint 3 vt | Speelfluit 2 vt | Nasard 3 vt | Bourdon 8 vt | |
| Fluit 2 vt | Flageolet 1 vt | Woudfluit 2 vt | Bazuin 16 vt | |
| Octaaf 2 vt | Mixtuur 4-5-6 st | Scherp 3-4 st | Trompet 8 vt | |
| Cornet 5 st | Sexquialtera 2-4 st | Fagot 16 vt | Trompet 4 vt | |
| Mixtuur 4-5-6 st | Hobo 8 vt | Dulciaan 8 vt | Cinq 2 vt | |
| Trompet 16 vt | Trompet 8 vt | Cornet à piston 8 vt | ||
| Trompet 8 vt |
Koraalkunst
Jan Zwart was in feite schepper van een nieuw genre in
de Nederlandse muziekgeschiedenis van de 19e en 20e eeuw. Over de kwaliteiten
van zijn eigen composities drukte Zwart zich bescheiden uit. Hij gaf zelf
aan:| "Wanneer men een geestelijk lied of koraal als thema geeft en men gaat daarop varieeren, dan heeft het publiek iets, waaraan het houvast heeft. Het herkent het thema en daardoor wordt het publiek ingeleid in de groote en gecompliceerde klankbeeld van de orgelmuziek. Ik geef er meestal op m'n programma zooiets bij." |
Fotogalerij
Klik op een foto om een vergroting te zien.
Bronnenvermelding
Deze pagina kwam mede tot stand door gesprekken met en materiaal en adviezen van:
Paginahistorie
Deze web-pagina heeft de volgende wijzigingen ondergaan (van onder naar boven):